Mijn buurvrouw en de flierefluiter

Dirk Deferme introduceerde het Zeer Korte Voetbalverhaal in de voetbalschrijverij. Hij is al toe aan nummer 27, waarin hij het heeft over de gastvrijheid in de Kempen en de degradatiestrijd waarin KVC Westerlo verwikkeld is. 

Het warmste onthaal en de liefste mensen in ons voetbal vind je in Het Kuipje in Westerlo. Daar zeggen ze Köpke en Westel. Er zijn de gewone dingen, broodjes, koffie, frisdrank en daar bovenop: streekbieren (meervoud), kaas uit het vuistje en koffiekoeken. Het is de sympathieke, kleine kant die je bij de regio-clubs nog vindt. Of, toch bij sommige. En er is meer. Van Langendock, Rommens, De Ceulaer, Ganvoula... Er lopen fijne spelers over dat te zachte veld en vrijdag speelden ze een zeer goede wedstrijd tegen Club Brugge.

Mijn buurvrouw, Marilou, is nog nooit in Westerlo geweest. Ik durf te veronderstellen dat ze nog wel eens droomt van het spook uit het verleden dat Anderlecht een keer met 5-0 en een keer met 6-0 uit de Kempen verjoeg. Met hoongelach om de oren, staart tussen de benen en diep vernederd. Door die twee wedstrijden is Westel voor eeuwig. Maar nu dus wéér op de rand van de dieperik, op de rand van 1B. Westerlo is vijftiende en Moeskroen zestiende met vier punten minder. Goed dat die dit weekend niet gewonnen hebben!

"VC Westerlo speelt zijn play off 1 om erin te blijven," zei Max Annys me vrijdag. Inderdaad, van speeldag 26 tot en met 30 tegen Charleroi, Club Brugge, KV Oostende, Zulte-Waregem en KRC Genk.

Mijn sympathie hebben ze voor altijd. "Ik wil wel duimen," zegt Marilou. Op de laatste speeldag spelen ze thuis, tegen Genk. Voor een paar Flierefluiters wil ik daar gerust naartoe.

"Op de laatste speeldag? Mag ik dan mee?" Tegen een Marilou zeg ik niet nee.